Een Dromer.
Als ik op reis ga,
Neem ik het mee.
Het is een doosje voor ons twee.
We stoppen er alles in.
Onze liefde en ons verdriet.
Maar ook de dag en de nacht.
Zo kunnen we elkaar bewaken.
En ons behoeden voor alle gevaren.
Soms ben je bevangen door overmoed.
Daarom wil ik me over je ontfermen.
Ik wil je beschermen
En als ik je streel,
Voel ik je lichaam sidderen.
Laat alles maar gebeuren zoals het moet.
Net als de Zee met z,n Eb en Vloed.
Want alleen jij kan mij bedaren.
Want jij bent m,n lach.
M,n lente en m,n zomer.
Jij bent met niemand te evenaren.
Maar ach, ik weet het.
Ik ben maar een dromer.
j.r.